Minivoetbal is een reuze sport.
Minivoetbal is geen veldvoetbal dat overgebracht wordt naar de zaal, maar vraagt heel wat andere vaardigheden van de beoefenaar. Het is een sport die complementair is aan het veldvoetbal en die vooral aan jongeren de kans biedt om zich voetbaltechnisch en tactisch beter te ontplooien.
Het minivoetbal is mede ontstaan uit de noodzaak om voetbaltrainingen bij de jeugd beter te integreren in de speelse leefwereld van de jonge voetballertjes. Het straatvoetbal van vroeger werd verplaatst naar het oefenveld.
Door de afmetingen van terrein en doelen te verkleinen, dienden de balwisselingen over de grond te gebeuren waardoor de snelheid van uitvoering aanzienlijk werd verhoogd.
Doelpunten kunnen bijna uitsluitend al combinerend worden gescoord. Hierdoor moeten de spelers voortdurend bewegen zonder bal. Het spel vergt dan ook een uitstekende fysische paraatheid.
Lichamelijk contact en viriele ingrepen horen niet thuis in deze veeleisende sport. De term ‘voet’bal wordt letterlijk toegepast. Het doel kan dan ook enkel verdedigd worden door één van de vijf veldspelers. Het minivoetbal profileert zich verder door de kleine doelen en de typische cornerballen waarbij de bal uit stand wordt geschept en nadien naar een leeg doel gekopt wordt.
De wedstrijden in competitie worden geleid door een scheidsrechter aangeduid door de federatie.
Een wedstrijd bestaat uit 4 helften van 12min ( Artikel website VMF )